Persoonlijke visie op internationale samenwerking

In mijn ervaring en overtuiging is de grootste uitdaging van internationale samenwerking het overtuigen van individuele mensen dat het zinvol is om als collectief (land, werelddeel) internatio­naal samen te werken. Dat is voor mij op een principieel niveau uitdagend, omdat het liberalisme uitgaat van vrijheid van het individu zolang het niet ten koste gaat van het collectief. Omdat dit fundament start vanuit het individu en niet vanuit samenwerking dringt een natuurlijke weerstand tegen internationale samenwerking zich eenvoudig op. Gelukkig kan ik mij beroepen op een geloof in de complementariteit van het liberalisme en het socialisme. Deze politieke stromingen zie ik als twee delen van één waarheid. Jazeker, individuele mensen verdienen de kans zich volledig te ontwikkelen, zolang als dat niet ten koste gaat van het collectief. Tegelijkertijd vind ik dat het collectief tot actie moet komen als individuele mensen geen kansen krijgen zich te ontwikkelen, zolang deze actie de kansen voor individuele mensen om zich te ontwikkelen niet beperken. Beide stromingen beschouw ik als verzoeningen van het dilemma individu versus collectief, ieder vanuit een ander start­punt.

Individuele mensen verdienen kansen, waar ze zich ook ter wereld bevinden
Zolang ook maar ergens ter wereld sprake is van mensen die geen kansen krijgen zich te ontwikkelen in onderwijs, bestuur of onderneming vind ik het zinvol om met alle daarvoor beschikbare energie internationale samenwerking na te streven. Met zinvol bedoel ik dat ik geloof dat internationale samenwerking effectief is als we honger willen uitbannen, onderwijs toegankelijk willen maken, mannen en vrouwen gelijke rechten willen geven, sterfte door zwangerschap en kindersterfte willen voorkomen en een duurzaam leefmilieu willen nastreven. Of het middel daarvoor nu een eerlijker economisch systeem of een volledige schuldenverlichting voor arme landen is. Of we daarvoor nu eerst een gedeeld juridisch fundament nodig hebben, of een wereldwijd opererend bestuurlijke organisatie. Het begint in alle gevallen met het overtuigen van individuele mensen dat een middel alleen tot resultaat zal leiden als er internationaal wordt samengewerkt. Ik denk dat we dat niet kunnen bewijzen, en vind dat we hieraan intuïtief, vanuit hoop en positivisme en op basis van vertrouwen moeten werken.

Werken aan de overtuiging dat internationaal samenwerken werkt
Intuïtief kies ik bij het werken aan de overtuiging dat internationaal samenwerken werkt voor een focus op het bereiken van een rechtvaardige wereldwijde voedselverdeling. Ik heb de hoop, dat investeren in onderwijs hiervoor op de lange termijn het meest effectieve instrument is. Mijn ideale internationale samenwerking stapt dan ook af van crisismanagement op het gebied van voedsel, energie of krediet en kiest voor investeren in onderwijs. Dit vereist lef, durf en doortastendheid. Lef om onrechtvaardigheid niet te gebruiken als argument voor kortetermijnoplossingen als voedselhulp, energielevering of kredietverschaffing. Durf om ernaar te streven dat met het opleiden van mensen het adresseren en aanpakken van onrechtvaardigheid zal ontstaan. En doortastendheid om met de ander te bepalen wat de behoefte aan onderwijs is en hoe deze het beste kan worden vervuld.