Opdracht: beschrijf in 200 tot 300 woorden wat volgens jou de belangrijkste uitdagingen op het gebied van internationale samenwerking zijn.
Enkele notities over uitdagingen binnen internationale samenwerking
De uitdaging die ik wil noemen is er één die bij het overdenken spontaan in mijn hoofd ontstaat. Kan dat eigenlijk wel: samenwerken op internationaal niveau. Kunnen overheden en staten op internationaal niveau samenwerken, en meer precies: effectief internationaal samenwerken?
Samenwerking veronderstelt namelijk overeenstemming tussen - en dus gelijkwaardigheid in de ontwikkeling van - de samenwerkende partners. Dit terwijl internationale samenwerking veelal een vorm van ontwikkelingssamenwerking is, waarin de partners in termen van ontwikkeling niet gelijkwaardig zijn. Waarom is niet gekozen voor een ander woord dan samenwerking (investering, aanmoediging, verlichting, ondersteuning etc.).
Deze stellingname suggereert dat ik bekend ben met universele eisen aan effectieve samenwerking. Ik weet niet of ik dat ben en of zulke eisen bestaan. Op basis van mijn bedrijfs- en organisatiekundige achtergrond kan ik wel tot een viertal eisen aan effectieve samenwerking komen. Dat zijn de volgende vier:
- Efficiency: de mate waarin binnen de samenwerking bij gegeven doelstellingen de te bereiken eindtoestand wordt bereikt met opoffering van zo weinig mogelijk middelen.
- Satisfactie: de mate waarin binnen de samenwerking de behoeften van de samenwerkende partners worden bevredigd door middel van intrinsieke en extrinsieke factoren.
- Behoeftevoorziening: de mate waarin binnen de samenwerking in de eisen en behoeften van belanghebbende partijen in de externe omgeving van de partners wordt voorzien.
- Zelfhandhaving: de mate waarin respectievelijk de snelheid waarmee binnen de samenwerking gereageerd kan worden op zich wijzigende externe omstandigheden met betrekking tot het beleid, de organisatievorm van de samenwerking en de operationele uitvoeringsdoelstellingen op korte termijn.
De criteria efficiency, satisfactie, behoeftevoorziening en zelfhandhaving bepalen in onderlinge samenhang de totale effectiviteit van een samenwerking. Nu vermoed ik dat internationale samenwerking vaak meer een maatschappelijk-idealistisch dan een economisch karakter heeft, wat het hanteren van deze criteria in enige mate bemoeilijkt.
Welvaart (economisch) laat zich makkelijker meten dan welzijn (maatschappelijk-idealistisch), en dus delft efficiency het onderspit ten opzichte van bijvoorbeeld doelmatigheid of intentie. Openheid over de mate waarin internationale samenwerking eigen behoeften van samenwerkende overheden of staten bevredigd is tot op zekere hoogte mogelijk, al lijkt dat niet in alle gevallen politiek opportuun. Voor wat betreft behoeftevoorziening is de korte termijn vaak evident, maar de lange termijn een politieke inschatting; internationale samenwerking heeft zelden een democratisch karakter. Zelfhandhaving tenslotte, lijkt een toepasbaar criteria voor het vaststellen van de robuustheid van internationale samenwerking. Tegelijkertijd is zelfhandhaving binnen internationale samenwerking vaak geen doel, omdat daarmee een schijn wordt gewekt van niet haalbare doelstellingen.
Mijn conclusie luidt hier als volgt. Het bepalen van de effectiviteit van internationale samenwerking is niet eenvoudig, en daar waar objectief waarnemen en valideren lastig wordt, neemt geloven het vaak over. Een gerechtvaardige vraag is daarmee de volgende: is internationale samenwerking een vorm van religie?