Paul Collier, professor economie aan Oxford en jarenlang directeur van de Wereldbank, stelt dat er rond een miljard mensen zijn die gevangen zitten in de zogenaamde armoedeval ("bottom billion").
De armoedval wordt veroorzaakt door vier onderliggende vallen die steeds weer voorkomen.
De conflictenval wordt veroorzaakt door de voortdurende burgeroorlogen en coups die in de 'bottom billion' landen voorkomen en die veel kapotmaken van wat de vorige machthebbers hebben opgebouwd.
De grondstoffenval ontstaat wanneer een land veel natuurlijke hulpbronnen heeft in de vorm van kostbare mineralen of olie. Een steeds terugkerend fenomeen in die landen is de Dutch Disease, genoemd naar het verschijnsel in Nederland in de jaren zeventig waar de gulden door onze gasverkopen zoveel in waarde steeg dat alle andere exporten te duur werden voor het buitenland. Het gevolg was dat er weinig ontwikkeling in de niet-competitieve industrieën plaatsvond waardoor productiviteit en innovativiteit rap achteruit liepen, met alle economische schade op lange termijn van dien.
In de geografische val is een land helemaal omgeven door andere landen, zonder toegang tot de zee. Daarbij zijn de aangrenzende landen slechte buren in de zin dat deze om allerlei redenen geen goede afzetmarkt vormen. Hierdoor blijft de economische afzetmarkt voor de 'bottom billion'-landen beperkt tot het eigen land, temeer omdat exporteren naar nog verder gelegen landen vaak economisch onrendabel is door de slechte infrastructuur in de omliggende gebieden.
De bestuursval wordt veroorzaakt door de slechte kwaliteit van het politieke en overheidsbestuur en het management van het bedrijfsleven in de 'bottom billion'-landen. Dit wordt mede veroorzaakt doordat goed opgeleide mensen vaak de uitzichtloze lokale situatie ontvluchten en naar het buitenland gaan om daar een bestaan op te bouwen, de zogenaamde braindrain.
Tevens stelt hij dat er in de samenlevingen die zich in de 'bottom billion' bevinden, mensen zijn die ondanks alles proberen te ontsnappen terwijl tegelijkertijd machtige groeperingen (corrupte politici, overheidsambtenaren, leger) er alles aan doen om die mensen te blijven onderdrukken. Ook liefdadigheidsorganisatie (bestaansrecht behouden) en Westerse politici (publiciteit genereren, maar vervolgens toezeggingen niet waarmaken) hebben belang bij een status quo.
Tenslotte stelt Collier dat het rijke Westen kan en moet ingrijpen, maar wel op een andere manier dan tot nu toe gebruikelijk. Namelijk door toepassing van een combinatie van niet-financiële ontwikkelingshulp, gericht op het ontwikkelen van de capaciteiten van lokale bestuurders en managers, aangepaste handelspolitieken waarbij handelsbarrières in Westerse landen én op lokaal niveau worden geslecht en nieuwe veiligheidsstrategieën waarbij militair ingrijpen niet wordt geschuwd.
De oplossing voor de bottom-billion is volgens Paul Collier: 1. niet-financiële ontwikkelingshulp, 2. aangepaste handelspolitieken en 3. nieuwe veiligheidsstrategieën.
bron: Collier, P. (2007). The Bottom Billion. Why the poorest countries are failing and what can be done about it. Oxford: Oxford University Press.