Masterclass
Inhoud: houdbaarheid van solidariteit tussen generaties
Vorm: debat
Raadzaal, Stadhuis Utrecht
12 en 25 november 2007
19:30-22:30
Master: Bert Bakker (Van 1994 tot 2006 Tweede Kamerlid voor D66) en Fatima Madani (beleidsadviseur arbeidsrelaties bij de CNV vakcentrale).
Essentie van de inhoud
Het gaat om de relaties tussen de problemenmix (kosten, vergrijzing, ontgroening) en de mogelijke interventies (sociale voorzieningen zoals vervroegde uittreding en prepensioenen, positieve en negatieve prikkels). Interventies hebben consequenties in economische, juridische en sociale zin. De versoepeling van het ontslagrecht is een interventie, dat is mij wel duidelijk. Wat precies het probleem is, hoe groot het is, hoe lang het duurt en waar het pijn doet is dat niet. De resultante van confrontatie tussen problemenmix en interventies is te representeren als een financiële uitkomst, maar evenzeer als een kwalitatieve uitkomst. De term houdbaarheid geeft aan dat de relatie binnen marges en afhankelijk van politieke voorkeur te interpreteren is als wenselijk of niet wenselijk. De huidige voorkeur gaat er naar uit mensen langer aan het arbeidsproces te laten deelnemen. Dat lijkt mij, gezien de toegenomen levensverwachting, de enige passende uitkomst. Dat betekent dat ook de baby boom generatie langer aan het werk blijft. Omdat de economische en politieke macht nu bij deze generatie ligt zal dit bij het nakomen van de eigen belangen boven de belangen van de anderen geen doorgang vinden.
Essentie van de vorm
Debatteren is het beïnvloeden van emoties, met inhoud maar vooral met vorm.
Tegenstellingen
productiviteit versus flexibiliteit (medewerker)
star versus flexibel (markt voor arbeid)
oud versus jong
beroepsmatig inactief versus actief
vakbondsleden versus niet-vakbondsleden
baanvast versus baanrotatie
proactief versus passief (nalatig)
afspiegelingsbeginsel versus loyaliteitsbeginsel (LIFO)
insiders versus outsiders (jong, vrouw, allochtoon)
ongeschoolden versus geschoolden
regressieprikkel (negatieve prikkel) versus preventieprikkel (positieve prikkel)
vrijwillige versus gedwongen reorganisatie (bestaat dat in economische zin? vanuit welk - if any - perspectief is dat vast te stellen?)
Cijfers
2000: 3,7 mln > 55 jaar (23% bevolking)
2030: 6,0 mln > 55 jaar (35% bevolking)
= absolute groei van 60%
Als gevolg van deze demografische verschuiving* zullen het stelsel van collectieve oudedagsvoorzieningen en de gezondheiszorg aanmerkelijk duurder worden.
* Rond 2050 is de bevolkinspyramide weer een pyramide.
Vragen naar aanleiding van de syllabus
- Wat gaan we leren?
- Wat houdt de vergrijzing precies in?
- Wat is een bedrijfseconomisch ontslag? Is dat wellicht een juridische term?
- Wat zijn sociale partners?
- Wat houdt het ontslagrecht eigenlijk precies is?
ad 1. Het betreft een inhoudelijke masterclass. Leerdoelen: kennis opdoen en een basale mening vormen.
ad 2. Het rapport Vergrijzing in Nederland (Rijksvoorlichtingsdienst/Publiek en Communicatie, 2004) is in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opgesteld. Het gaat in op de gevolgen van de vergrijzing voor de arbeidsmarkt. Is het eigenlijk niet veel logischer dat het ministerie van Economische Zaken een dergelijke opdracht geeft? Rijksvoorlichtingsdienst/Publiek en Communicatie heeft Veldkamp opdracht gegeven de beleving van de vergrijzingsproblematiek te onderzoeken. Voor zover 'de' beleving en 'de' problematiek bestaan zijn de antwoorden van bevolkingssegmenten (het rapport rept over de relatieve waardering van waarden van Milton Rokeach) te voorspellen: 'vooral progessieven zien in de vergrijzing een probleem, evenals ambitieuze materialisten en geëngageerden, terwijl traditionelen en hedonisten vergrijzing minder als probleem zien'. En wat te denken van de one-liner: 'de oudste groep verwacht weinig problemen, de jongste groep des te meer.' Als gevraagd wordt wat de mensen er zelf aan kunnen doen, wordt 'op de gezondheid letten en fit blijven' het meest genoemd. Ook opvallend tenslotte: 'bijna driekwart van de ondervraagden vindt dat er door bedrijven onvoldoende gebruik gemaakt wordt van de kennis en ervaring van ouderen'.
ad 3. Bedrijfseconomisch ontslag is er in vele vormen: een reorganisatie, een bedrijfssluiting, een bedrijfsverhuizing of bijvoorbeeld het verplaatsen van een deel van de bedrijfsactiviteiten naar het buitenland. Het kan ook zo zijn dat er nieuwe technologie op het werk komt, waardoor minder medewerkers nodig zijn. Het CWI hanteert bij ontslag om bedrijfseconomische redenen een checklist met aandacht voor een slechte financiële situatie, werkvermindering, organisatorische veranderingen/reorganisatie, technologische veranderingen, beëindiging van (een deel van) de bedrijfsactiviteiten en bedrijfsverhuizing in combinatie met gegevens over de ontslagvolgorde (afspiegelingsbeginsel) en herplaatsingsinspanningen.
ad 4. Een politieke benaming voor groepen werkgevers en werknemers is 'sociale partners'. Werkgevers worden hierbij vertegenwoordigd door werkgeversorganisaties zoals VNO-NCW en MKB Nederland. Werknemers worden vertegenwoordigd door vakbonden, waaronder de FNV en het CNV.
Bron: Wikipedia
ad 5. Over het ontslagrecht is veel te vinden bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In het actieprogramma 'Iedereen doet mee' valt te lezen: 'Regels die werkenden beschermen tegen uitval of hen voorbereiden op uitstroom, zoals op het terrein van ontslag en/of flexibele arbeid, moeten de komst van nieuwe toetreders niet afschermen' en 'Aanpassing ontslagwetgeving: Het kabinet zal volgend op advies van de sociale partners een wetvoorstel indienen voor aanpassing van het ontslagstelsel'. In de begroting van SZW is nog niets opgenomen inzake een aanpassing van het ontslagstelsel.
Uitzoeken- De populatie vakbondleden
- De populatie CAO's
- De financiële representatie van het probleem
- Overzicht sociale voorzieningen
ad 1. Het CBS heeft een analyse uitgevoerd van de organisatiegraad van werknemers in de periode 1995-2004, 2006. De keuze voor de door het CBS gehanteerde segmentering is lastig te begrijpen. Door de bank genomen is één op de vijf werknemers lid van een vakbond. Volgens zibb valt ruim 85 procent van de Nederlandse werknemers onder een CAO.

ad 2. Collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's) zijn er vollop: de grootste zijn de CAO's van Defensie, Energie- en Nutsbedrijven, Geestelijke gezondheidszorg, Gehandicaptenzorg, Gemeenten, Jeugdzorg, Kinderopvang, Koninklijke KPN NV, Nederlandse Universiteiten, Provincies, Rijk, Sector Distributie, Sociale werkvoorziening, Thuiszorg, TNT, Universitair Medische Centra, Verpleeg- en verzorgingshuizen, Waterschappen, Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening en Ziekenhuizen.
Naar sector zijn de volgende aantallen op te tekenen:
- Lagere overheden: 3
- Nutsbedrijven: 7
- Onderwijs en Onderzoek: 23
- Openbare markt: 43
- Rijk: 7
- Telecom: 3
- TNT: 5
- Welzijn: 11
- WSW: 3
- Zorg: 10
De CAO's in de openbare markt betreffen de CAO's van: ABP, ADC, Arbo Unie, Arboduo Arboned, Ardyn Bibliotheken, Bouwfonds, Capability, Consumentenbond, CWI, Dierenartspraktijken, Groningen Airport Eelde, Havenbedrijf Rotterdam, Kalibra, Kantorenfonds, KEMA, Koninklijk Tropen Instituut (KIT), KIWA, Legermuseum, Loodswezen, Maastricht Aachen Airport (MAA), MHS, Nederlandse Podia, NIC Proclare, Novio, PGGM, Pro Rege, Recreatie, RET, Rolduc, Schiphol, Schiphol Dienstverlening B.V., Sociale verzekeringsbank, Staatsloterij, Stayokay, Stedelijk Museum Amsterdam, UWV, Verzelfstandigde rijksmusea, Vesteda, VVV, Waterwolf, en Westerscheldetunnel.
Bron: ABVAKBO FNV
ad 3. Vergrijzing en de overheidsfinanciën: totale uitgaven stijgen met 8½ %-punt naar 53½ % BBP, AOW: 4½ % BBP naar 9% BBP in 2040, zorg: 7% BBP naar 10½ % BBP in 2040 en WAO: 2 ¾ BBP naar 3½ % BBP in 2040. Daarnaast stijgen de totale inkomsten met 4½ %-punt naar 50 % BBP, directe belastingen op pensioenen: + 3%-punt BBP, indirecte belastingen op pensioenen: + 2%-punt BBP en overig (waaronder gasbaten): - ½ %-punt BBP. Conclusie: de inkomsten stijgen minder dan uitgaven.
Bron: Ministerie van Financiën
ad 4. Werknemersverzekeringen:
- Werkloosheidswet (WW)
- Ziektewet (ZW)
- Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
- Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
Volksverzekeringen:
- Algemene Ouderdomswet (AOW)
- Algemene nabestaandenwet (Anw)
- Algemene Kinderbijslagwet (AKW)
- Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ)
Sociale voorzieningen:
- Wet werk en bijstand (WWB)
- Inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)
- Inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)
- Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK)
- Toeslagenwet (TW)
- Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)
AfkortingenVUT, AOW, CPB, NIZW, SZW, WW, CAO, IOW, IOAW, RIVM, OESO, MLT
Ambtelijk taalgebruik- 'Het duale stelsel', doelend op de opties bij het afwikkelen van een ontslag (via het CWI of via de kantonrechter)
- 'Door al het overleg en gepolder is er uiteindelijk niet veel terechtgekomen van de plannen om de vergrijzing nu echt aan te pakken'. De vergrijzing aanpakken lijkt me onmogelijk. In ieder geval niet humaan.
- 'Het beginpunt ligt dus ook bij vandaag'. Dat is altijd zo.
- 'Kennis heeft opgedaan over het waarom van de vraag...', 'de oorsprong van de AOW leeftijd' en 'andere, algemene, punten binnen het vraagstuk'
- '... een economie die achteruit gaat...' ik vermoed dat een dergelijke economie krimpt.
- 'Bij de analyse van de voorgenomen maatregelen kunnen verschillende doelstellingen in de beschouwing worden betrokken, zoals: vergroting van de arbeidsmarktdynamiek, verhoging van de participatiegraad van oudere werknemers, beperking van afwenteling en nalatig gedrag (moral hazard) van werkgevers en werknemers met betrekking tot de WW. Het relatieve belang van de verschillende doelstellingen is mede bepalend voor het oordeel over de maatregel'
- Opvallend is het gebruik van de term 'landbelang' in een discussie over het ontslagrecht.